Geadopteerd, en dan?

> proloog

Geadopteerd, en dan?

Proloog

Er komt steeds meer los over wat er zo kan spelen bij de adoptie van een kind. De laatste twee decennia verschijnen er elk jaar wel een of meer autobiografische verhalen van geadopteerden, van adoptieouders en eerstemoeders; van representanten van de zogeheten adoptiedriehoek. Titels als ‘Op zoek naar mijn ware moeder’ van Cor van Tintelen (1991) of ‘Ik ben haar kind’ van Esther Noëlle van Trier (2006) of ‘Mijn zoektocht in Libanon’ van Arthur Blok (2006) en vele andere getuigen van de worsteling van geadopteerden met hun achtergrond.

Al die getuigenissen zijn vanzelfsprekend. De adoptiewet van 1956 is al een ‘oude’ wet. Sinds dat jaar zijn er 18.000 in Nederland geboren kinderen en 37.000 in het buitenland geboren kinderen, in een Nederlands adoptiegezin opgenomen . Velen van hen zijn nu volwassen. Door al deze autobiografische verhalen weten we nu veel meer over wat eersteouders, geadopteerden en adoptieouders kan bezighouden.

Schrijfster Cornelie van Well heeft een twintigtal gesprekken gevoerd met boeiende vertegenwoordigers van de adoptiedriehoek. Wat is er veel losgekomen tijdens deze gesprekken. Dat is ook zinvol, want de geschiedenissen zijn uitermate verhelderend.

De openheid die nu zichtbaar is, staat toch wel in schril contrast met de geslotenheid bij de adopties in de jaren vijftig en zestig. Ook daarvan geeft Cornelie enkele trieste voorbeelden. Opnieuw worden we geconfronteerd met de autoritaire aanpak van de kerk waar het om het ongehuwde moedertje gaat. Het jonge meisje dat niet alleen door de vader van het kind, maar ook door haar ouders in de steek wordt gelaten. En de geweldige onwetendheid, vooroordelen, wreedheid soms, van de uitoefenaars van hun macht over moeder en kind.

De meeste verhalen laten zien hoezeer geadopteerden op zoek gaan naar hun achtergrond. De gesprekken hadden dit rootsthema als een van de hoofdonderwerpen. Het boeiende is dat al deze levensgeschiedenissen zo verschillend zijn. Een zoektocht kan leiden tot een echte bevrediging van al lang gevoelde verlangens. Er kunnen echter ook nieuwe problemen ontstaan. De reactie van de eerstemoeder en/of eerstevader is niet altijd positief. Soms wordt een ‘afgestaan’ kind opnieuw afgewezen door de eerstemoeder. Of wordt geadopteerde als een melkkoe gezien.

De wijze reactie van de eerstemoeder die heel bewust niet meer de plaats van de adoptiemoeder in wil nemen, zien we overigens eveneens bij herhaling. Wat de reactie ook is, steeds weer is duidelijk dat een geadopteerde graag de waarheid over zijn bestaan, over zichzelf, over zijn identiteit wil kennen. Of het nu om positieve of negatieve feiten gaat.

Heel helder formuleert de in 1971 in Nederland geboren Erwin Overgoor dit:

Kort voor het overlijden van mijn moeder heb ik haar gevraagd of wij een soort ‘tweede keus’ waren. Mijn moeder vond dit moeilijk, maar uiteindelijk zei ze dat ze ons inderdaad niet had geadopteerd als ze zelf kinderen had gekregen. Dit was een belangrijk moment, om dit uit haar mond te horen.

Het maakte dat de orde klopte. Het was de waarheid en dat gaf mij duidelijkheid en rust. Het niet kunnen opgroeien bij de biologische of de eersteouders of tenminste in het land waar je bent geboren, drukt een wezenlijk stempel op je als persoon.

Voor een geadopteerde, die dan ook nog uit een ver land afkomstig is en etnisch geheel verschilt van zijn adoptieouders, is dat al helemaal sterk het geval. Een gevoel dat dan nog kan worden versterkt wanneer er biologische eigen kinderen in het gezin zijn. Felekesh, in 1964 in Ethiopië geboren, heeft sterk daarmee geworsteld:

In het gezin ging het niet goed. Ik voelde me daar helemaal niet thuis en vanaf het moment dat we in Nederland woonden heb ik me het ‘geadopteerde kind’ gevoeld. Vooral mijn moeder gaf me dat gevoel. Haar relatie met haar biologische dochter was echt heel anders dan haar relatie met mij.

Haar verhaal is nog weer eens een voorbeeld van een adoptie die bij een zorgvuldige afweging van feiten niet was gebeurd. Gegevens over haar eerstevader klopten helemaal niet, deze had echt niet de bedoeling om haar definitief af te staan. Slechts tijdelijk kon hij niet voor haar zorgen. Later wordt Felekesh onaangenaam verrast door de vele vragen om geld van mensen uit Ethiopië – mensen van wie ze niet eens zeker is of deze wel tot haar familie behoren.

In de film ‘De worsteling. Suzanne over haar adoptie’ laat Suzanne ons weten hoezeer ze zich toch tussen twee culturen, de Indiase en Nederlandse, in voelt staan. Ze voelt zich nu echter als 26-jarige in Nederland heel goed thuis en heeft zich hier helemaal gevestigd. Die heftige worsteling zien we bij verschillende van de geïnterviewden. Soms gaat het zo ver dat men zich schaamt voor zijn adoptie.

Een reactie die bij de uit Colombia afkomstige Paco Boogert waarschijnlijk samenhangt met de scheiding van zijn adoptieouders en de pesterijen die Paco op school ondervond. De ontmoeting met de eersteouders kan grote invloed hebben op de relatie met de adoptieouders, zoals Rien van der Meulen, in 1968 in Korea geboren, ons laat weten.

Voor mij was het belangrijkste de innerlijke rust die het contact met mijn Koreaanse familie mij heeft gebracht. Ik ben ook mijn ouders in Friesland meer gaan waarderen en ook meer van ze gaan houden.

Cornelie van Well heeft met haar boekje gevoelige snaren van de gehele adoptiedriehoek weten te raken. Dit boekwerk bevat een schat aan relevante, waardevolle informatie.

René Hoksbergen (em. hoogleraar adoptie)

omhoog naar boven