De vier sleutels

> voorwoord

Doorschuiven

voorwoord "De vier sleutels"

mevr. Brouwer Zo'n driehonderd jaar geleden stond de bevaarbaarheid van de Rijn sterk onder druk. Aan onze oostgrens waren ook veel overstromingen. Besloten werd onder meer het Pannerdens Kanaal te graven, een flinke verkorting van de Rijnloop bij Millingen. Alle problemen waren daarmee - dacht men - opgelost.

Dat leek ook zo. Alleen nam het aantal dijkdoorbraken langs de benedenloop van de Rijn, de Lek, enorm toe. In sommige opzichten was het probleem dus niet opgelost maar doorgeschoven.

Zo is het ook met criminaliteitsbestrijding. De overheid, het rijk voorop, legt het accent op repressie. De cellen worden voller. Minder aandacht krijgen voor- en nazorg. Begin 2004 stootte het ministerie van Justitie, bij wijze van bezuiniging, een groot deel van het reclasseringswerk zelfs af. In 'moeilijke gevallen' wenst Justitie niet meer te investeren. Het zijn de gemeenten die - met heel wat minder geld - dit belangrijke werk moeten overnemen, in samenwerking met de reclasseringsorganisaties.

Het is net als met de loop van de Rijn. Het krachtige, repressieve beleid van de overheid is terecht. Maar wat schiet je er mee op als je dat beleid niet flankeert met hulp aan mensen die uit de bajes komen? Een recent onderzoek van Justitie spreekt boekdelen. 71 procent van de volwassenen en 78 procent van de jongeren die in de gevangenis hebben gezeten valt binnen zes jaar in herhaling.

Dit boek van Cornelie van Well geeft niet - zoals ik in dit voorwoord - een bestuurlijke visie op het belang van voor- en nazorg bij de bestrijding van criminaliteit. Dit boek gaat over de mensen zelf, (ex-)gedetineerden, vrijwilligers en medewerkers van Exodus, de rechter, buren van een Exodushuis. Maar wie het leest trekt wel dezelfde conclusie: criminaliteitsbestrijding zonder voor- en nazorg heeft geen zin. Dat is alleen maar doorschuiven.

mr. A.H. Brouwer-Korf
burgemeester van Utrecht

omhoog naar boven