Diagnose: schizofrenie - vijftien levensverhalen van familieleden

> publiciteit > Trouw

Recensie Trouw

11 oktober 2003

Eén op de honderd heeft het

Gisteren, op 10 oktober, was het de Nationale dag voor de geestelijke volks gezondheid. Het motto dit jaar: ‘Schizofrenie, minder gek dan je denkt’. Het doel: meer begrip kweken voor mensen met schizofrenie.

Schrijfster Cornelie van Well probeert dit ook, in haar gisteren verschenen boek ‘Diagnose: schizofrenie — vijftien levensver halen van familieleden’. Niet de patiënten zelf, maar hun naasten heeft zij geïnterviewd. "Op eens zagen we een gek door het park lopen. Hij maakte hele rare dansbewegingen en droeg een alpinopetje. Toen ik goed keek, zag ik dat het mijn broer was”, vertelt een van hen.

De vijftien interviews van Van Well, zelf zus van een schizofreniepatiënt, maken pijnlijk duidelijk hoe ook ouders, kinderen, partners, broers of zussen getroffen worden door deze ernstige, soms gruwelijke ziekte. Schizofrenie kenmerkt zich door het optreden van psychoses — periodes waarin iemands contact met de werkelijkheid ernstig is verstoord. Tijdens een psychose ziet de patiënt beelden of hoort stemmen die er voor anderen niet zijn. Het moet vreselijk zijn om te denken dat je wordt achtervolgd of vergiftigd, of het slachtoffer bent van een complot waarbij je gedachten worden ‘afgetapt’. Het moet ook, zo blijkt uit dit boek, vreselijk zijn om te zien hoe een geliefde ánder aan dat soort wanen lijdt.

Ongeveer een op de honderd mensen in dit land wordt getroffen door schizofrenie. Sommigen van de in totaal 100 000 tot 130 000 patiënten functioneren dankzij medicijnen redelijk — hebben soms zelfs een baan, een huis, een relatie. Anderen, met de meest ernstige vorm, hebben altijd zorg en begeleiding nodig en kunnen niet zelfstandig wonen. Maar alle schizofrenen, en hun omgeving, hebben een verstoord leven: altijd loert het gevaar van een psychose, altijd moeten medicijnen geslikt worden die het gevoelsleven afvlakken. Voor de patiënten betekent deze chronische ziekte vaak verlies van vrienden en werk, en onbegrip van de omgeving voor hun ‘vreemde’ gedrag. Voor de familie betekent schizofrenie riagg-crisisteams over de vloer, agressie of zelfmoordpogingen door hun geliefde, voortdurende onrust en onzekerheid, en mede lijden.

Neem het verhaal van Lizet, de 17-jarige dochter van Jos en Merel Ruivers, die steeds depressiever, angstiger en dwangmatigér werd. Die alles en iedereen wantrouwde, ook haar ouders — ze was continu bang dat die ‘iets’ in haar hoofd zouden stoppen. Ze dreigde haar vader overhoop te steken, en is uiteindelijk opgenomen. Het verdriet en het schuldgevoel van de ouders zijn hartverscheurend. Toen ze een jaar of negen was, heeft haar vader Lizet een pak slaag gegeven, bekent deze. Zou dat van invloed zijn geweest, vraagt de man zich vertwijfeld af. ,,Echt gelukkig ben ik eigenlijk nooit meer, maar dat kan ik wel hanteren”, zegt moeder Merel. Zij heeft nu als taak voor zichzelf ‘er niet aan onderdoor gaan’. Zodat ze hopelijk nog iets voor haar dochter kan betekenen. Eveline Brandt

omhoog naar boven